[ LOGIN VOOR KLANTEN ]



The AdminCompany, OndernemingsBegeleider

Over afgezanten van de koning en hun voorliefde voor rekeningen van herbergen

29-06-2013

Er was eens een grote lakenhandelaar in het dorp bij het kasteel. De man was niet alleen goed in het verkopen van lakenstof, maar hij was gelukkig met zijn vrouw die goed was in het weven van stoffen.

Natuurlijk kon de lakenhandelaar zijn stoffen niet alleen in het dorp kwijt. Daarvoor was zijn vrouw veel te vlijtig. En die van het kasteel wilden ook wel eens een nader stofje om een zondagskleed van te laten naaien. Dus moest de lakenhandelaar regelmatig op stap om zijn overtollige laken op verder gelegen markten aan te bieden. En tegelijkertijd kon hij op die markten zich rijkelijk voorzien van exotische stoffen waarvan die van het kasteel zo warm voor liepen.

In het tijdperk van verhalen die beginnen met “Er was eens”, was reizen een hachelijke onderneming. We hebben het dan nog niet over de rovers in het struikgewas. Wel over de snelheid die paard en kar kunnen maken. De lakenhandelaar was dus heel wat nachten van huis en overnachtte op iedere etappeplaats in de lokale herberg. Elke ochtend rekende hij af in goudstukken en vroeg aan de herbergier een hand geschreven perkament met de rekening op. Hij lette er ook goed op dat de kastelein duidelijk de belasting op de rekening goed specificeerde. Die ging dan nu wel naar de schatkist van de koning, maar later zou hij die wel terugvragen.

Jarenlang herhaalde dit scenario zich maand na maand. Want zo vaak moest de lakenhandelaar op pad. En elke maand gaf hij de perkamenten rekeningen aan de grote cijferaar die ze netjes in de boeken inschreef. De belasting op die rekening van de overnachting werd er telkens netjes uitgehaald en teruggevraagd aan de koning. Het resulteerde in het verlies van minder goudstukken aan de koning. De handelaar trok het af van de belastingen op de uitgaande rekeningen. En de handelaar leefde in peis en vree tot… de afgezanten van de koning op bezoek kwamen.

Die waren voor een keer goed uitgeslapen – de herberg van het dorp was voortreffelijk – aangekomen. Bij de eerste blik op de boeken zagen ze de rekeningen van de vele herbergen die de lakenhandelaar had bezocht. “Wat hij met de belastingen op die rekeningen had gedaan”, wilden de afgezanten in koor weten. “Gerecupereerd,” antwoordde de handelaar. “Fout,” klonk het in een echo uit de mond van de afgezanten van de koning. En daar stond de handelaar met zijn mond vol tanden. “Je mag de belasting op je overnachting niet recupereren als zelfstandig handelaar”, onderwezen de afgezanten de handelaar.

“Ja, maar”, voerde deze ter verdediging aan, “ik heb die kosten doorgerekend aan het kasteel. Het is hun schuld dat ik zo ver moet reizen voor die stoffen”. En de handelaar keek de afgezanten voldaan aan… daar hadden ze niet van terug. “Heb jij het dan wel juist aangerekend?” vroegen de gezanten. En ze sloegen het wetboek over ‘de belastingen op rekeningen’ open. “Je moet de hotel rekening apart vermelden. Je mag ze niet laten opgaan in de prijs van de lakens. En dan moet die overnachting ook nog eens duidelijk dienen om je lakens te leveren. Dan pas mag jij de belasting terug vragen. Maar die van het kasteel mogen het dan vervolgens weer niet”, grijnsden de afgezanten. Ze hadden duidelijk hun volgende controle al in gedachten…